Een vlieg vliegt rakelings langs een spinneweb.
'Wacht maar', zegt de spin 'morgen eet ik je op!'
'Hihi, dat had je gedacht' lacht de vlieg. 'Ik ben een eendagsvlieg!'
Een vlieg vliegt rakelings langs een spinneweb.
'Wacht maar', zegt de spin 'morgen eet ik je op!'
'Hihi, dat had je gedacht' lacht de vlieg. 'Ik ben een eendagsvlieg!'
De onderwijzeres probeert de leerlingen de begrippen tegenwoordige, toekomstige en verleden tijd uit te leggen.
Ze geeft een voorbeeld: ' Als ik zeg: "Ik ben mooi geweest", dan is dat verleden tijd. Maar wanneer ik zeg "Ik ben mooi", wat is dat dan?'
'Een grote leugen', antwoordt een jongetje spontaan.
Jantjre gaat met oma naar het bos.
Oma: 'Zie je het bos al?'
Jantje: 'Nee, want al die bomen staan ervoor!'