De juf en Jantje
De juf vraagt:
'Hoeveel is acht min twee?'
Zegt Jantje:
'Dat weet ik niet.'
Zegt de juf:
'Jij hebt acht koekjes.
Ik heb er twee afgepakt.
Hoeveel koekjes heb je dan nog?'
Zegt Jantje:
'Dat weet ik niet, juf.
Maar ik vind het wel heel geheel.'
Spiegel
Jantje krijgt een koekje van opa. Hij gaat er mee voor de spiegel staan.
Opa: ' Waarom ga je voor de spiegel staan met je koekje in je hand?'
Jantje: ' Omdat het dan lijkt dat ik twee koekjes heb!'
Bij de bakker
Jantje en mama zijn bij de bakker.
Jantje krijgt een koekje.
Zegt mama; ' Wat zeg je dan Jantje?'
Jantje denkt even na.
Zegt hij: 'Krijg ik er nog eentje?'
Jut is bij Jul
Jut is bij Jul.
Jul pakt een trommel met koekjes.
Hij zegt: ' Raad eens! Hoeveel koekjes zitten er in deze trommel? Als je het goed hebt mag je ze alle drie hebben ...
Jut:' Hoe kan ik dat nou weten?
Ik denk vijf!'