Jantje en opa lopen langs het park.
Opeens zegt Jantje: "Mag ik wat geld, opa?"
Opa vraagt: "Waarvoor?"
Jantje antwoordt: "Voor een oud vrouwtje."
Opa vraagt: "Welk oud vrouwtje?"
Jantje: "Ze staat achter die ijskar."
Jantje en opa lopen langs het park.
Opeens zegt Jantje: "Mag ik wat geld, opa?"
Opa vraagt: "Waarvoor?"
Jantje antwoordt: "Voor een oud vrouwtje."
Opa vraagt: "Welk oud vrouwtje?"
Jantje: "Ze staat achter die ijskar."
Jantje zit in de stoel bij de tandarts.
'Au!' roept hij luid.'Maar dat kan helemaal geen pijn doen, Jantje,' zegt de tandarts. 'Ik raakte je tand niet eens aan!'
'Mijn tand niet', zegt Jantje. 'U stond op mijn teen!'
'Waar ga jij met vakantie naartoe?'
'Ik weet het nog niet'
'Wij gaan dit jaar naar Aantocht.'
'Aantocht? Waar ligt dat?'
'Dat weet ik niet precies. Maar op de radio zeggen ze steeds: er is mooi weer in Aantocht.
Bezoeker: 'Waarom kijkt u zo bedroefd?'
Oppasser: 'Onze olifant is vanmorgen gestorven.'
Bezoeker: 'U hebt vast veel van hem gehouden?'
Oppasser: 'Dat niet, maar ik moet een gat in de grond maken om hem te begraven.'