Jantje: "Meester, zou het een beledeging zijn mocht ik u een ezel noemen?"
Meester: "Dat is zeer zeker een beledeging!"
Jantje: "Maar wat als ik 'Meneer' zeg tegen een ezel?"
Meester: "Dat is geen belediging."
Jantje: "OK, 'Meneer'!"
Jantje: "Meester, zou het een beledeging zijn mocht ik u een ezel noemen?"
Meester: "Dat is zeer zeker een beledeging!"
Jantje: "Maar wat als ik 'Meneer' zeg tegen een ezel?"
Meester: "Dat is geen belediging."
Jantje: "OK, 'Meneer'!"
'Waarom loopt u eigenlijk ongeschoren rond?' vraagt de chef. 'Ik wil mijn baard laten staan,' zegt de beambte. 'Wat u thuis wilt doen moet u zelf weten, maar hier op kantoor moet u dat maar uit u hoofd laten.'
'Juf, is het waar dat roofvissen sardientjes opeten?'
'Ja, Brammetje, dat is echt waar.'
'Maar hoe maken die vissen zo'n blikje open?'
De moeder van Jantje zet een bord soep voor hem op tafel en roept Jantje dat hij moet eten. Ze zegt: “Ik heb het tafelkleed net gewassen, dus maak het niet vies!
Als je knoeit houd ik per vlek twee euro op je zakgeld in.” Vervolgens gaat ze de keuken weer in.
Als ze terugkomt, ziet ze jantje met zijn lepel soep uitsmeren over het laken. Ze is woedend en schreeuwt naar Jantje: “Wat ben je aan het doen!?”
Jantje zegt: “Ik maak van drie vlekken één vlek, dan ben ik minder zakgeld kwijt.”